Inleiding
Ter gelegenheid van het 85-jarig bestaan van de NVvP (2021) verzocht het bestuur ons om een update te maken van de geschiedenis van de vereniging. Bij het 50-jarig bestaan in 1986 was al eens een boek uitgegeven ‘Parodontologie in beweging’, onder eindredactie van Dick Veldkamp, en bij het 75-jarig bestaan in 2011 werd het glossy magazine ‘PARO.75’ gepresenteerd.

Wij  zijn met dit verzoek van het bestuur aan het werk gegaan en allengs kwam bij ons het idee naar voren dat we dit keer niet met een drukwerk wilden komen; een drukwerk dat immers bij verschijnen al achterhaald zou zijn. Liever wilden we een digitale oplossing gebruiken, die voortdurend aangevuld, verbeterd en ververst zou kunnen worden. Dit alles heeft geresulteerd in ‘De geschiedenis van de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie’: een website in de vorm van een tijdlijn, die op het jubileumcongres in 2022 (door de pandemie één jaar vertraagd) officieel werd aangeboden.

Rest ons u veel plezier te wensen met het bekijken van deze website. Wij hebben er met genoegen aan gewerkt.

Verantwoording

2016 - 2025

Vrouwen aan het roer, EuroPerio in Amsterdam, Consilium volwassen en COVID-19

Diverse lustra worden gevierd, erelidmaatschappen toegekend en prachtige Congressen georganiseerd. De eerder ingezette vernieuwing zet zich voort en is o.a. merkbaar bij het secretariaat en de website. De komst van COVID-19 echter gooit ruim twee jaar lang alle schema’s in de war. Met vereende krachten pakt de NVvP ook deze uitdaging op. Als het niet linksom kan, dan gaan we rechtsom… 

Het ledenbestand gaat van 1843 naar 1831 in 2020 en omvat 714 tandartsen, 840 mondhygiënisten, 11 65-plussers, 233 studenten en 33 buitengewone leden. Deze decade kent vernieuwingen op het secretariaat, bij de website en in prijzen. Ook de NVvP wordt door de Corona-pandemie getroffen.

Om het ledental op te krikken wordt geprobeerd om de NVvP op een eerder moment onder de aandacht te brengen: vanaf oktober 2017 wordt een student-lidmaatschap ingesteld. Hiermee kunnen 5e en 6e-jaars studenten tandheelkunde gratis lid worden van de vereniging; het gratis lidmaatschap wordt verlengd gedurende de eerste twee jaar na het afstuderen. Vanaf januari 2020 geldt een vergelijkbare regeling voor de 4e-jaars studenten mondzorgkunde.

Hoorn is in het voorjaar van 2016 de plaats waar met een tweedaags congres ‘Paro 8.0’ de 80ste verjaardag van de NVvP wordt gevierd. Een nieuw onderdeel zijn de ‘PED talks’, korte presentaties volgens het TED-format. Voor zijn vele verdiensten voor de vereniging wordt Laurens Tinsel tot Lid van verdienste benoemd. Bij de afsluiting van het congres wordt het erelidmaatschap verleend aan Jan Tromp. Ubele van der Velden krijgt de Distinguished Scientist Award uitgereikt.

Fridus van der Weijden wordt op 23 november 2018 tot Erelid benoemd; hij heeft heel veel voor de NVvP en de parodontologie gedaan.

Het bestuur van de NVvP wordt, tot de voorjaarsvergadering van 2019, voorgezeten door Monique Danser. Zij is tevens zeer actief voor de EFP. Na 6,5 jaar voorzitterschap draagt zij in april 2019 haar taak over aan Ilara Zerbo. Het 100ste nummer van de Fundamenteel (voorheen NVvP-Nieuwsbrief) verschijnt in september 2018. Steeds vaker worden papieren versies afgewisseld met digitale afleveringen. In januari 2019 neemt Simone Binnema het verenigingssecretariaat over van Jolanda Exalto. Simone was op dat moment al secretaresse van het Consilium Parodontologicum. Een nieuwe en verbeterde website ziet in 202 het levenslicht. In dat jaar worden tevens nieuwe NVvP-onderzoeksprijzen geïntroduceerd: de NVvP Undergraduate award en de NVvP Postgraduate award.

De postgraduate opleiding Parodontologie van ACTA bestaat in 2016 25 jaar. Vanaf 1991 heeft ACTA, aanvankelijk samen met de Nijmeegse opleiding, door middel van de Engelstalige postgraduate opleiding parodontologie, studenten uit binnen- en buitenland tot parodontologen opgeleid. De toeloop van de buitenlandse studenten werd mede mogelijk dankzij de in 1998 verkregen EFP erkenning. Velen vonden na erkenning door het Consilium een plaats in Nederland, anderen gingen terug naar het land van herkomst. In 2018 verlaten Harry Hamming (na 20 jaar lidmaatschap, waarvan de laatste jaren als voorzitter), Frank Abbas en Bruno Loos het Consilium. Een mijlpaal, want bij de totstandkoming van het Consilium in 1987 waren alle leden van het Consilium aan de universiteit verbonden. Met het vertrek van Frank Abbas en Bruno Loos komt dan ook een einde aan de universitaire inbreng in het Consilium. Vanaf dat moment wordt het Consilium geheel bemenst door NVvP erkende parodontologen: het Consilium is volwassen geworden.

EuroPerio9 vindt in juni 2018 plaats in de RAI te Amsterdam. Hoewel in Nederland is er toch volgens de traditie een Hollandse Avond. Het congres breekt – opnieuw – een record: er zijn meer dan 10.000 deelnemers. Het is de eerste keer dat de EFP-voorzitter van dat moment niet uit het organiserende land afkomstig is. Wel zijn aan het organiserend team de huidige voorzitter Monique Danser en Bruno Loos toegevoegd. Daardoor speelt de Nederlandse organisatie in het wetenschappelijke programma wel een zeer grote rol. Ook de openingsact en keynote speaker zijn aangedragen door de Nederlandse delegatie. Tijdens dit congres wordt de nieuwe internationale classificatie parodontitis geïntroduceerd.

In de jaren na EuroPerio probeert de vereniging deze nieuwe classificatie via seminars, roadshows, Fundamenteel en andere publicaties toe te lichten. Hetzelfde geldt voor de nieuwe richtlijn Parodontologie, waarin de DPSI wordt vervangen door de PPS (Periodiek Parodontaal Screenen). De leden van de NVvP ontvangen in het voorjaar van 2020 de publicatie ‘Diagnostiek van Parodontale aandoeningen: Meten is weten, gissen is missen’ van de hand van Fridus van der Weijden.

In deze periode worden 3 European Workshops on Periodontology gehouden, ook weer in La Granja de San Ildefonso vlak bij Segovia in Spanje. Het thema van Workshop XII in 2016 is ‘The boundaries between caries and periodontal diseases’ In 2018 wordt, samen met de Osteology Foundation, Workshop XIII georganiseerd met als thema ‘Bone regeneration’. In 2019 volgt de Perio Cardio Workshop, die samen met de World Heart Federation wordt georganiseerd.

Daarnaast organiseert de EFP 3 Perio Master Clinics met als thema’s ‘Peri-implantitis – From aetiology to treatment’ (2017, Malta), ‘Prevention and treatment of soft and hard tissue defects’ (2019, Hong Kong) en ‘Hard- and soft-tissue aesthetic reconstructions around teeth and dental implants’ (2020, Dublin).

In het begin van 2020 verspreidt zich de coronapandemie in rap tempo vanuit China wereldwijd. Dit heeft ook voor de NVvP en haar leden zeer grote gevolgen. De op 6 maart door de EFP georganiseerde Perio Master Clinic in Dublin kan nog net doorgaan. Het congres, door vele Nederlanders bezocht, heeft al diverse presentaties op video of via een netwerkverbinding; dit omdat diverse sprekers niet kunnen, mogen of willen reizen. Nauwelijks een week later wordt in Nederland een grote lockdown van kracht. Tandartspraktijken sluiten gedurende ruim een maand en kunnen pas eind april/begin mei onder strikte voorwaarden weer open. Veel bestuurs- en commissiebijeenkomsten vinden  digitaal plaats. Ook het NVvP-voorjaarscongres mag niet doorgaan. De ‘Gum Health Day’, met als thema ‘zoenen is gaaf’, heeft geen schijn van kans.

In de zomer van 2020 wordt ook de beslissing genomen om EuroPerio10, dat in juni 2021 in Kopenhagen zou worden gehouden, uit te stellen tot 2022. De najaarsvergadering 2020 en het voorjaarscongres 2021 worden eveneens afgelast. De ALV ’s en veel seminars vinden digitaal plaats. De lustrumviering 85 jaar NVvP, gepland in het najaar van 2021, wordt verplaatst naar 2022. Wel lukt het om in het najaar van 2021 het congres te organiseren dat eigenlijk in 2020 gehouden zou moeten worden. Dat lukt nog net voor de zoveelste lockdown. Pas in het voorjaar van 2022 gaat alles weer open, er wordt een voorjaarscongres georganiseerd en ook de eerste Gum Health Day kan weer openlijk plaatsvinden.

In de universitaire wereld zijn in deze periode een paar interessante benoemingen te melden. In oktober 2017 wordt Hugo De Bruijn, tot dan toe hoogleraar parodontologie in Gent (B), benoemd tot hoofd van Tandheelkunde Nijmegen en tevens aldaar aangesteld als hoogleraar parodontologie. In zijn oratie breekt hij o.a. een lans voor interfacultaire samenwerking. In Amsterdam wordt Parodontoloog Frank Abbas in de zomer van 2019 benoemd tot decaan a.i. van de opleiding Tandheelkunde van ACTA. Andere universitaire benoemingen zijn er in januari 2018: van Marja Laine als hoogleraar orale diagnostiek aan ACTA en in september 2020 van Dagmar Slot als hoogleraar preventie in de mondzorg, eveneens aan ACTA. Het bijzondere van de benoeming van Dagmar Slot is dat zij de eerste mondhygiënist is die in Nederland tot hoogleraar is benoemd.

In deze periode heeft de NVvP meerdere overlijdens te betreuren. Johan van Dijk, o.a. oud-voorzitter, oprichter van de Sectie Parodontologen en van het college van oud-voorzitters, overlijdt in december 2017. In januari 2020 wordt het overlijden van Hendrike van Drie bekend; Hendrieke was oudvoorzitter van de sectie Parodontologen en vicevoorzitter van de (K)NMT. In april 2022 overlijdt Heinz Renggli, Erelid van de vereniging. Hij was één van de eerste pleitbezorgers van een tandarts met bijzondere vaardigheden in parodontologie. Als hoogleraar parodontologie in Nijmegen was hij in die functie lid en ook een aantal jaren voorzitter van het Consilium Parodontologicum. In dit jaar overlijdt op 24 juli 2022 ook Ronnie Goené. Hij was in je jaren tachtig lange tijd penningmeester van de NVvP

2022

Terug naar normaal

2021

Lustrumviering uitgesteld

2020

De impact van Covid-19

2019

Voortdurend in ontwikkeling

2018

Consilium wordt volwassen

2017

Nieuw: student-lidmaatschap

2016

PED-talks tijdens 80ste verjaardag

Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...

2006 - 2015

Mondhygiënist in het bestuur en 75-jarig bestaan (2006-2015)

Het ledenaantal van de vereniging daalt van 2380 in 2006 naar 1843 in 2015. Het ledenbestand bestaat in 2015 voor de eerste keer uit meer mondhygiënisten (954) dan tandartsen (953); daarnaast zijn er 36 buitengewone leden. Mondhygiënisten bekleden diverse functies in de vereniging en ook het aantal parodontologen neemt toe.

Een primeur in het bestuur van de NVvP: tijdens de ALV van 16 november 2007 wordt Mw. M.T. (Marion) Seuntjens als eerste mondhygiënist gekozen in het bestuur. Dit kan pas sinds 2003: in dat jaar werd besloten dat mondhygiënisten gewoon lid van de vereniging konden worden.

In het voorjaar van 2007 verschijnt de folder ‘Mondverzorging, een bewuste keuze’. Op dat moment zijn bij de vereniging ook de folders ‘Uw tandvlees krijgt een cijfer’, ‘Mondhygiëne, waarom en hoe’, en de beide Parodontitisfolders 1 en 2 verkrijgbaar. De laatste folders worden in 2012 vernieuwd en op dat moment verschijnt ook een bijbehorende geplastificeerde voorlichtingskaart. In 2015 verschijnt een nieuwe folder over de negatieve effecten van roken op het parodontium: ‘Uw tandvlees gaat in rook op’.

Als bijlage bij de Nieuwsbrief verschijnt in september 2006 een stuk genaamd ‘Parodontitis en de medisch gecompromitteerde patiënt’. Het is een thema dat in deze tijd tevens vaak op Congressen en seminars de aandacht krijgt.

Het lustrumcongres ‘NVvP blikt terug op 70 jaar’ wordt op 19 mei 2006 in ’t Spant te Bussum gehouden. Symbool van dit congres is ‘de Spiegel’; alle NVvP-leden ontvangen de lustrumspiegel. Op dit congres worden de eerste Leden van verdienste benoemd: Nico Corba, Johan van Dijk, Otto Nelemans, Rein Steures, Jan Tromp, Tine Vangsted en Edwin Winkel. Ali Woltman-Klinkers krijgt de NVvP-penning. In de volgende jaren ontvangen Erik Meijer (2007), Maren de Wit (2008), Jan Jansen (2009) en Leo Kroon (2012) deze onderscheiding eveneens.

Congressen blijven een belangrijke activiteit van de vereniging. In het bestuur is daarvoor een congrescoördinator aangewezen. Paul Sipos lanceert in die functie (en ook tijdens zijn voorzitterschap) Congressen met een landenthema, waarbij de sprekers uit het desbetreffende land komen: in 2010 ‘Hollandse Nieuwe’; ‘Life Style (UK)’ en ‘Bella Figura (Italië)’ in 2011; ‘Op de overgang: België-Nederland (België)’ in 2012 en ‘Das gründliche Verfahren (Duitsland)’ in 2013.

Internationaal wordt EuroPerio steeds groter en belangrijker. Bij het samenstellen van het programma worden nationale verenigingen betrokken, waarbij zij gevraagd worden om mogelijke sprekers voor te dragen. EuroPerio5, Madrid (2006), EuroPerio6, Stockholm (2009), EuroPerio7, Wenen (2012) en EuroPerio8, London (2015), zijn grote successen met veel internationale sprekers. Zo ontwikkelt EuroPerio zich tot het grootste en belangrijkste mondiale wetenschappelijke congres op het gebied van de parodontologie, met een steeds groeiend aantal deelnemers waaronder altijd een groot Nederlands contingent aan bezoekers. Voor hen wordt elke keer een ‘Hollandse Avond’ georganiseerd.

In deze decade vinden zes European Workshops plaats. In 2008 organiseert Klaus Lang met Workshop VI voor het laatst een workshop in het Kartuizerklooster in Ittingen. De organisatie van de workshops wordt hierna overgenomen door Mariano Sanz. De locatie wordt de Parador Nacional de La Granja in La Granja de San Ildefonso, vlak bij Segovia in Spanje.

Behalve EuroPerio en workshops organiseert de EFP in 2014 voor het eerst een Master Clinic congres. Hierbij geven Europese master clinici lezingen over de praktische kanten van de parodontologie. De eerste Perio Master Clinic wordt gehouden in Parijs en heeft als onderwerp ‘Peri-implant Plastic and Reconstructive Surgery’.

De secretariële ondersteuning van de NVvP ondergaat in januari 2009 een grote verandering. Ali Woltman-Klinkers, de eerste professionele secretaresse van de vereniging, stopt na 25 jaar met haar secretariële activiteiten. Zij draagt deze over aan Jolanda Exalto, die reeds jarenlang de financiële administratie van de vereniging voor haar rekening nam. Ali Woltman blijft nog wel het Consilium ondersteunen, tot zij in januari 2014 ook deze functie overdraagt aan Simone Binnema. Simone zal later (in januari 2019) ook het secretariaat van de vereniging op zich nemen.

Halverwege deze decade, in 2011, viert de vereniging haar 75-jarig bestaan. Ter gelegenheid hiervan wordt een ‘glossy’ uitgegeven: ‘Paro 75’, deze wordt onder alle leden verspreid. Op 16 mei (de oprichtingsdatum) wordt dit door de samenstellers (redactie: Nico Corba, Jan Tromp, Ali Woltman; tekst: Sacha Eikenboom; vormgeving Aat Doek) aan het bestuur aangeboden. Deze overhandiging vindt plaats tijdens een bijeenkomst voor genodigden in Hotel Americain te Amsterdam, waar in 1936 ook de oprichtingsbijeenkomst had plaatsgevonden. Het college van oud-voorzitters schenkt een in leer gebonden officieel presentieboek aan de NVvP t.b.v de Algemene Ledenvergaderingen.

Voorzitters volgen elkaar vaak na steeds een paar jaar op. In 2012 treedt Monique Danser aan; zij zal een langere tijd in die functie blijven (tot voorjaar 2019). Met haar krijgt de Europese samenwerking in EFP-verband een belangrijke plek. Daarnaast is er een commissie Platform onderwijs ingesteld, om te inventariseren hoe de NVvP kan bijdragen aan de diverse opleidingen tandheelkunde en mondzorgkunde. Naar aanleiding daarvan is er communicatie ontstaan tussen de verschillende opleidingen onderling en de geplastificeerde NVvP-kaart Parodontitis wordt beschikbaar gesteld aan de opleidingen.

De tandarts-parodontoloog, later onder de naam Parodontoloog NVvP, is een blijvend gegeven. In 2007 bestaat het Consilium Parodontologicum alweer 20 jaar, de Sectie Parodontologen viert in 2008 het 4e lustrum.

Met ondersteuning van de NVvP, via een financiële ondersteuning uit de Stichting NVvP, wordt Fridus van der Weijden in 2009 tot bijzonder hoogleraar benoemd; in 2015 gebeurt hetzelfde met Edwin Winkel. Eerder (2008) werd via eenzelfde constructie Arie Jan van Winkelhoff tot bijzonder hoogleraar benoemd.

In september 2009 gaat Erelid Ubele van der Velden met emeritaat. Hij blijft actief binnen de parodontologie en krijgt in november 2011 van de American Academy of Periodontology de William Gies Award.

In deze periode overlijden twee Ereleden van de NVvP: in 2007 overlijdt Dick Veldkamp op 93-jarige leeftijd; in 2008 gaat Leo Coppes heen, op 87-jarige leeftijd. Beiden hebben in de beginjaren van de NVvP baanbrekend werk verricht en hebben als Ereleden altijd een belangrijke ondersteuning geboden aan het bestuur en de vereniging.

 

2015

Meer mondhygiënisten, meer parodontologen

2014

EFP introduceert Perio Master Clinic

2013

2013

2012

Investeren in kennisuitwisseling

2011

Feest: 75 jaar NVvP

2010

Hollandse Nieuwe

2009

Nieuwe naamkaartjes

2008

Laatste EFP-Workshop in Ittingen

2007

Primeur in het bestuur

2006

Lustrumcongres NVvP 70 jaar

Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...

1996 - 2005

De eerste vrouwelijke voorzitter

De NVvP groeit in deze decade verder van 1896 naar 2380 (waarvan 883 mondhygiënisten en 17 buitengewone) leden in 2005. De vereniging vernieuwt, het paroprotocol doet z’n intrede en het succes van EuroPerio zet door. Opvallend in deze periode is de toenemende rol die vrouwen in de vereniging gaan spelen: Tine Vangsted wordt in 1997 de eerste vrouwelijke voorzitter en vanaf 2003 mogen mondhygiënisten gewoon NVvP-lid worden.

Het 12de lustrum in 1996 wordt in Sportcentrum Papendal gevierd, met een mix van lezingen en sportieve activiteiten. Het jaar 1997 brengt een primeur: Op 11-12-1992 worden Tine Vangsted en Nicole Spits als eerste vrouwelijke bestuursleden geïnstalleerd, Tine Vangsted wordt de eerste vrouw als voorzitter van de vereniging. Dat vrouwen in de NVvP steeds belangrijker worden blijkt ook uit een congres ‘Women in Perio’, dat in 2002 wordt georganiseerd en waarvan de sprekers allen vrouw zijn.

In het najaar van 1997 formeert zich, op initiatief van Johan van Dijk, het college van oud-voorzitters NVvP, dat tevens de taken van de Beleids Advies Commissie (BAC) op zich neemt. De eerste leden zijn, in volgorde van anciënniteit: Jan Tromp, Otto Nelemans, Johan van Dijk en Edwin Winkel. Wanneer een voorzitter uit het bestuur treedt, neemt hij/zij plaats in dit college. Dit college geeft o.a. het advies om naast het erelidmaatschap andere mogelijkheden van beloning voor bewezen diensten in te stellen (wordt in 2003 aangenomen). Op initiatief van dit college stellen bestuursleden Laurens Tinsel en Nico Corba in juni 2002 een rapport op met de titel ‘Preventie binnen de tandheelkunde in Nederland in gevaar’. Hierin wordt stelling genomen tegen het initiatief om de 3-jarige opleiding tot mondhygiënist te vervangen door een 4-jarige HBO opleiding Mondzorgkunde.

In de jaren negentig werken de commissie Verrichtingen en Tarieven van de NVvP intensief samen met de NMT, Zorgverzekeraars Nederland en het COTG van het Ministerie van Volksgezondheid om een structurele verbetering van de parodontale zorgverlening te bereiken. Parodontologen, algemeen practici, het College Adviserende Tandartsen en de universitaire afdelingen Parodontologie fungeren in dit proces als klankbord om zodoende met elkaar consensus te vinden.

Onder de stimulerende leiding van Tine Vangsted is in 1997 het Paroprotocol ontwikkeld. Nadat overeenstemming is bereikt met Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de NMT en het COTG (Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg), wordt het Paroprotocol in 1998 tijdens het congres ‘Back to Basics’ gelanceerd. Het Paroprotocol wordt een belangrijke leidraad bij de aanpak van parodontale behandelingen en de honorering daarvan. Het Paroprotocol houdt onder andere in dat er bij elke periodieke controle een parodontale screening plaats vindt met spiegel en pocketsonde, op basis waarvan de gemodificeerde CPITN-Index wordt bepaald. Tijdens het congres wordt deze index door Ubele van der Velden omgedoopt tot DPSI (Dutch Periodontal Sceening Index). De DPSI geeft richting aan de vervolgroute in het paroprotocol. Om het Paroprotocol breed uit te rollen, organiseert de NVvP samen met de NMT een ongekende landelijke roadshow waaraan alle verwijspraktijken voor parodontologie in het land deelnemen. Meer dan 4000 collegae schrijven zich in. De implementatie wordt tevens ondersteund met het stapsgewijs doornemen en toelichten van het protocol in het Nederlands Tandartsenblad en het eigen Fundamenteel.

Vanaf 1999 wordt de website van de NVvP gelanceerd: www.nvvp.org, een onmisbare stap in de digitalisering van de vereniging.

In 2001 wordt de ‘BV diensten NVvP’ opgericht, waarin de commerciële activiteiten van de vereniging worden ondergebracht. En in 2003 volgt de oprichting van de Stichting NVvP met als doel het bevorderen van de wetenschappelijke ontwikkeling op het gebied van de parodontologie. Jaarlijks wordt een deel van het batig saldo van de BV Diensten in deze stichting gestort. In de loop van de jaren zullen diverse aanvragen voor financiële ondersteuning worden gehonoreerd. Vanuit deze stichting zijn onder andere de latere bijzondere hoogleraarschappen, van Fridus van der Weijden in Amsterdam en van Edwin Winkel in Groningen, financieel ondersteund.

De statutenwijziging in het najaar van 2003, waarbij mondhygiënisten gewoon lid van de vereniging worden, is een sluitstuk in de ontwikkeling van de positie van de mondhygiënist binnen de vereniging. Als buitengewoon lid was een mondhygiënist (vanaf 1974) een in de parodontologie geïnteresseerd lid en er waren bijvoorbeeld geen commissies waarvan de mondhygiënist deel uitmaakte. Het gevoel was gegroeid dat de mondhygiënist een belangrijker rol zou moeten spelen in de vereniging. In begin 2003 is er dan ook een commissie ‘Mondhygiënisten’ opgericht. Het doel van deze nieuwe commissie is tweeledig en betreft de participatie in de congresorganisatie en het formuleren van criteria waaraan de mondhygiënist zal moeten voldoen om patiënten met uitgebreide parodontale problemen, zoals die bijvoorbeeld in de parodontologiepraktijken worden gezien, optimaal en in teamverband te behandelen.

Pas in 2007 zal een mondhygiënist lid worden van het bestuur. Het toenemende aantal mondhygiënisten in de NVvP heeft een duidelijke invloed op de vereniging; het vraagt b.v. om een ander aanbod van wetenschappelijke programma’s.

De statutenwijziging van 2003 brengt meer veranderingen: naast het erelidmaatschap wordt ook het lidmaatschap van verdienste ingesteld voor NVvP-leden die bijzondere diensten aan de NVvP hebben bewezen. Voor niet NVvP-leden wordt de NVvP-penning ingesteld.

In deze decade worden diverse Ereleden benoemd: Jan Lindhe in 1997, Ubele van der Velden en Heinz Renggli bij het lustrumcongres in Utrecht in 2001 en Gordon Wolffe in 2005 bij de 100-ste ALV in kasteel Hooge Vuursche.

Op Europees gebied wordt de EFP steeds belangrijker. Het succes van de EuroPerio wordt in 1997 te Florence met EuroPerio2 voortgezet. De accommodatie kan het aantal inschrijvingen nauwelijks aan. Op het Piazzale Michelangelo organiseert de NVvP voor zijn leden een ‘Hollandse Avond’. Op alle komende EuroPerio’s wordt dit een vast thema; het idee wordt later al gauw overgenomen door de verenigingen voor parodontologie uit andere landen.
De hierop volgende EuroPerio’s trekken steeds meer deelnemers: EuroPerio3 Genève (2000) en EuroPerio4 Berlijn (2003). EuroPerio ontwikkelt zich tot een mondiaal zeer belangrijk wetenschappelijke congres op het gebied van de parodontologie.

Daarnaast zijn in deze decade 4 European Workshops on Periodontology gehouden, alle in het Kartuizer klooster in Ittingen, Zwitserland. Anders dan bij EuroPerio is het aantal deelnemers bij de European Workshops on Periodontology zeer gering. Deelname is beperkt tot de schrijvers van de ‘position papers’ en een paar specifieke experts per deelgebied van het algemene thema. De proceedings dienen als ‘state of art’ voor elk onderdeel van de parodontologie en zijn vrij toegankelijk voor alle leden van de verenigingen die vertegenwoordigd zijn in de EFP.

De European Federation of Periodontology (EFP) heeft daarnaast ook andere activiteiten die van belang zijn. Specialistische opleidingen op het gebied  van de parodontologie kunnen sinds 1998 een EFP-erkenning krijgen (in Nederland voor ACTA, aanvankelijk ook voor Nijmegen).

In deze decade overlijden 3 Ereleden: in 1998 Marten Hut op 93-jarige leeftijd, in 2002 Sture Nyman op 79-jarige leeftijd en op 1 februari 2003 Leo van Schijndel op 83-jarige leeftijd.

2005

100ste ALV

2004

Hoogleraar Parodontologie in Groningen

2003

EuroPerio4

2002

Women in Perio

2001

NVvP 65 jaar

2000

EuroPerio3

1999

www.nvvp.org

1998

Het paroprotocol

1997

Primeur in het bestuur

1996

12e Lustrumfeest

Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...

1986 - 1995

Parodontologie op Specialistisch niveau, (inter)nationaal

Twee mijlpalen kenmerken dit decennium: de eerste tandarts-parodontologen worden geïnstalleerd en de North Sea conferences worden opgevolgd door EuroPerio van de European Federation of Periodontology (EFP). Ondertussen groeit het ledenaantal van de NVvP gestaag voort: in 1995 telt de vereniging 1896 leden.

 

In 1986 bestaat de NVvP 50 jaar, het wordt een jaar vol activiteiten (ter voorbereiding op dit 10de lustrum was al in 1982 een lustrumcommissie ingesteld onder leiding van Ab Grevers). Allereerst is er het internationale en druk bezochte lustrumcongres in de Amserdamse RAI. Tijdens dit congres krijgt Sture Nyman het erelidmaatschap toebedeeld. Ook worden op dit congres voor de eerste keer de NVvP Onderzoeksprijs (aan Ubele van der Velden) en de NVvP Mondhygiëneprijs (aan Myrke Stalman) uitgereikt. Met het instellen van de Mondhygiëneprijs vervalt de jaarlijkse subsidie van de NVvP aan de NVM (1 gulden per NVvP-lid).

Het jubileumboek ‘Parodontologie in beweging, 50 jaar ARPA-NVvP 1936 – 1986’ onder eindredactie van Dick Veldkamp en in samenwerking met Ubele van der Velden en Jan Tromp, wordt tijdens het congres aan de voorzitter aangeboden. Alle leden krijgen een exemplaar. Het boek blijkt jarenlang een handleiding voor nieuwe bestuursleden.
Naast het congres zijn er publieksacties, zoals een lespakket voor scholieren (met een videoband, diaserie en brochure) over parodontale aandoeningen, een informatiestand in enkele filialen van V&D en nascholingscursussen aan huisartsen. Aan het eind van het lustrumjaar is het themanummer van het NTvT helemaal aan de parodontologie gewijd. De hoofdredacteur Isaac van der Waal geeft in zijn inleiding een mooi beeld van de toenemende belangstelling voor de parodontologie sinds de oprichting van de NVvP in 1936 (Ned Tijdschr Tandheelkd 1986; 93:383).

Het najaarscongres van 1986 laat zien dat de vereniging blijft groeien: het 1500ste lid wordt geïnstalleerd, dit keer een mondhygiënist, waarvan er inmiddels al 205 lid van de vereniging zijn. Op dat moment zijn mondhygiënisten nog buitengewone leden. Pas in 2003 kunnen mondhygiënisten gewoon lid worden. Het 2000ste lid van de vereniging volgt in 1993.

Om de communicatie met al deze leden te verbeteren, wordt in 1989 het eerste nummer van de NVvP-Nieuwsbrief uitgegeven. Aanvankelijk verschijnt de Nieuwsbrief 2 maal per jaar, later volgt een frequentie van 4 edities per jaar. De eerste redacteuren zijn Hans Rodenburg en Erwin van der Zee. De Nieuwsbrief wordt één keer per jaar aan alle Nederlandse tandartsen en mondhygiënisten verstuurd, met een bijlage van de actuele lijst van alle door de NVvP erkende tandarts-parodontologen.

Naast de reeds bestaande folder ‘Mondhygiëne, waarom en hoe’ wordt in deze periode de folder ‘Parodontitis’ (redactie Hans Rodenburg en Leo Kroon) uitgegeven. De verkoop van deze folders, evenals van het de Nederlandstalige versie van het boek Parodontologie (red. Jan Lindhe), zorgt voor een belangrijke inkomstenbron voor de vereniging. De tweede editie van het boek van Jan Lindhe wordt eveneens in het Nederlands vertaald en in 1993 tijdens een congres in Maastricht door Jan Tromp aan Jan Lindhe overhandigd.

De groeiende vereniging en de toename van activiteiten vragen ook om een professionalisering van het secretariaat. Was het tot dan toe het gebruikelijk dat de secretaris zelf de notulen verzorgde, de correspondentie deed, vanuit eigen huis of praktijk alle administratie deed en de mailings naar de leden verzorgde, vanaf deze periode (officieel vanaf voorjaar 1985) komt er een ondersteuning in de vorm van een professioneel secretariaat. Dit secretariaat komt in handen van Ali Woltman-Klinkers, die vanuit Muntendam voor de NVvP het secretariaat verzorgt. Zij zal dit jarenlang (tot 1 januari 2009) doen. Veel leden hadden niet in de gaten dat het secretariaat in het oosten van de provincie Groningen was gesitueerd. In die tijd, met de fax als het hoogste niveau van communicatie, was dat zeker bijzonder.

De ontwikkelingen rond de tandarts-Parodontoloog gaan ook verder. In 1987 worden de reglementen ‘Tandarts-Parodontoloog’ en ‘Consilium Parodontologicum’ aangenomen. Om de acceptatie en het gezag van het CP te garanderen, was er in de aanloopfase voor gekozen om de hoogleraren Parodontologie van de tandheelkundige opleidingen q.q. lid te maken van het Consilium. Inmiddels waren door de Taakverdeling en Concentratie-maatregelen van de regering al opleidingen gesloten (Utrecht) of gefuseerd (VU en UvA tot ACTA), daarom werden naast de hoogleraren Taco Pilot (voorzitter), Leo Coppes en Heinz Renggli ook Ubele van der Velden en Jos van den Heuvel als leden benoemd. Op 17 maart 1989 kunnen dan, na een proces van 9 jaar, de eerste 14 T-P’en worden geïnstalleerd tijdens het NVvP-voorjaarscongres in Noordwijk.

Deze installatie vormt voor de NVvP een belangrijke mijlpaal. Het Consilium Parodontologicum had de aanvragen, die door leden waren gedaan op grond van hun kennis en kunde, heel zorgvuldig beoordeeld. Maar sommige leden zouden de eerste erkenningen al eerder hebben gewild, anderen zouden liever nog even wachten tot er een grotere groep kon worden gepresenteerd. Wellicht mede hierdoor verloopt de eerste uitreiking helaas minder feestelijk dan gepland. Wat hierbij ook een rol speelt, is dat er binnen het Consilium een verschil van mening blijkt over de interpretatie van de gehanteerde toetsingscriteria van het Reglement Tandarts-Parodontoloog en dus van de erkenning. Vanwege de gang van zaken bij de eerste erkenning vragen leden een extra ALV aan, waarin het bestuur zich moet verantwoorden. Deze vergadering vindt op 13 juni 1989 in Zwolle plaats. Na de vergadering zijn Pilot en Van den Heuvel het niet eens met het gevoerde bestuursbeleid en de gang van zaken, zij trekken zich terug als lid van het Consilium.

De erkende tandarts-parodontologen (in het najaar wordt een volgende lichting geïnstalleerd) verenigen zich op initiatief van Johan van Dijk onder de naam ‘Kleppermannen’ (naar het etablissement in Hoevelaken waar op 18 juni 1988 de eerste bijeenkomst wordt georganiseerd). Later wordt de positie van de Kleppermannen geformaliseerd tot Sectie Parodontologen van de NVvP.

Van het begin af aan is duidelijk dat, met de erkenning van parodontologen op basis van hun individuele kennis en kunde, er ook behoefte is aan een formele opleiding in de parodontologie. De opgestelde criteria voor de erkenning tot Tandarts -Parodontoloog worden als raamwerk gebruikt voor het curriculum van een driejarige MSc-opleiding in de parodontologie, die in 1991 van start gaat in Amsterdam en Nijmegen onder de stimulerende leiding van respectievelijk Frank Abbas en Gordon Wolffe als programmacoördinatoren. In het begin omvat de opleiding vier hele dagen per week met het Nederlands als voertaal, maar dat wordt al snel omgezet naar een fulltime Engelstalige opleiding, met Nederlandse én internationale studenten.
Het initiatief van de TP was in tandheelkundig Nederland niet onopgemerkt gebleven. In 1989 stelt de NMT de CURB (Commissie Uitwerking Raamwerk Beroepsuitoefening) in. De NVvP levert hiervoor een grote delegatie (G. van der Laan vanuit het bestuur, Rein Steures namens de commissie Externe Betrekkingen en Nico Corba vanuit de commissie Nascholing). Het is duidelijk dat het PAOT/TP-beleid van de NVvP hierbij als leidraad functioneert.

De NMT was aanvankelijk geen voorstander van de totstandkoming van de TP, vanuit een vrees voor uitholling van het profiel van ‘de tandarts’. Maar omdat erkenning van bijzondere deskundigheid in een deelgebied van de tandheelkunde tevens een verrijking voor het vakgebied als geheel oplevert,  verandert men geleidelijk van mening. Vanaf 1991 wordt een actuele lijst van de erkende tandarts-parodontologen in de tandartsengids als aparte groep vermeld. Deze ontwikkelingen hebben tevens tot gevolg dat er behoefte komt aan een uniforme parodontiumstatus in Nederland. Na twee jaar overleg wordt in februari 1994 de nieuwe NVvP-parodontiumstatus geïntroduceerd.

Internationale contacten worden steeds belangrijker. In 1987 vindt in Montreux een gezamenlijk congres met de Zwitserse Vereniging voor Parodontologie plaats. Nadat NVvP secretaris Jan Tromp in 1986 schriftelijk bij de andere Europese verenigingen voor Parodontologie de interesse voor samenwerking had gepeild, wordt tijdens dit congres een informele bijeenkomst georganiseerd. Onder voorzitterschap van Ubele van der Velden komen vertegenwoordigers van de Belgische, Britse, Franse Spaanse, Zwitserse en Nederlandse verenigingen bijeen. De fundamenten voor de latere Europese Federatie voor Parodontologie, de EFP, worden daar gelegd.

In 1990 is het aan de NVvP om de derde North Sea Conference te organiseren. Van 16 – 19 mei nemen in Maastricht meer dan 900 mensen deel aan dit internationale congres. Er zijn preconference workshops en diverse parallelsessies, waaronder een researchsessie. Naast de inmiddels traditionele NVvP-Onderzoeksprijs wordt dit keer ook een ‘Europese’ Onderzoeksprijs uitgereikt. In het kader van de North Sea Conference is de Jens Waerhaug Research prize competition van de Scandinavische vereniging voor parodontologie ook opengesteld voor leden van de Britse en Nederlandse verenigingen. Bruno Loos is de gedenkwaardige winnaar van de eerste prijs.

De groeiende Europese samenwerking krijgt een steeds duidelijker gezicht. In 1991 wordt in Amsterdam, onder voorzitterschap van Ubele van der Velden, de EFP officieel opgericht. De eerste deelnemende landen zijn België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Nederland, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Daarnaast vindt in het Zwitserse Ittingen van 1 – 4 februari 1993 de 1st European Workshop on Periodontology plaats, georganiseerd door Klaus Lang en Thorkild Karring, oprichters van de European Academy of Periodontology (EAP). In 1994 wordt de EAP een vaste EFP-commissie, waarmee de Europese krachtenbundeling nog eens benadrukt wordt. Een hoogtepunt van deze jonge Europese organisatie is EuroPerio 1 van 12 tot 15 mei 1994 in Euro Disney Parijs. Op uitnodiging van het NVvP-bestuur vindt de algemene ledenvergadering plaats in chateau ‘La Demeure du Buet’, een kasteel uit de 17e eeuw in Yerres. Na afloop is er een feestelijk avond met hapjes en wijn voor alle leden, in feite de eerste ‘Hollandse avond’.

Binnen de EFP was overeengekomen dat EuroPerio-Congressen één keer per drie jaar plaatsvinden en dat in het EuroPerio-jaar de nationale verenigingen voor parodontologie van de EFP geen eigen congres in het voorjaar organiseren. Dat betekent dat de NVvP in 1994 alleen in het najaar een congres kan houden. Dit, op dat moment zeer actuele, congres ‘HIV/AIDS’ met nationale en internationale sprekers is een eclatant succes met ruim 1400 deelnemers.

De vierde North Sea Conference wordt in 1995 in Gothenburg georganiseerd. Het is het laatste congres in deze serie. Vooraf was immers overeengekomen dat, als de EFP in staat was om een congres te organiseren van het niveau van de North Sea Conferences, er geen vervolg van deze Congressen zou komen. Het succes van EuroPerio 1 in Parijs betekent dan ook het einde van de North Sea Conferences. Gesteld mag worden dat de organisatie van North Sea Conferences een belangrijke stap is geweest op weg naar de ontwikkeling van de samenwerking tussen de Europese Verenigingen voor Parodontologie.

In deze periode van 10 jaar neemt een aantal bestuursleden afscheid na een lange bestuursperiode. In 1988 is dat Ronnie Goené (na 8 jaar penningmeesterschap), in 1990 volgt Jan Tromp (8 jaar in het bestuur als secretaris en 2 jaar als voorzitter) en in 1988 Hans Rodenburg (9 jaar, waarvan 6 jaar als voorzitter). Het is een groot verlies voor de vereniging als Hans Rodenburg in 1992 overlijdt. Naast bestuursfuncties heeft hij ontzettend veel voor de vereniging gedaan op het gebied van nascholing en brochures.

Een belangrijke gebeurtenis in 1995 is een bestuurlijke workshop over de inhoud van een Mission Statement. Dit is de beschrijving van de visie, doelstellingen, waarden en normen van een organisatie, uitgewerkt tot een opdracht voor die organisatie. De dit jaar geformuleerde Mission Statement wordt de leidraad van het bestuur om iets wel of niet op te pakken. In iets gewijzigde vorm is deze nog steeds van kracht.

 

 

1995

Afscheid van North Sea Conferences

1994

Nieuwe NVvP parodontiumstatus

1993

Parodontologie tweede editie

1992

Overlijden Hans Rodenburg

1991

Driejarige MSc-opleiding in de parodontologie

1990

3e North Sea Conference on Periodontology in Maastricht

1989

Installatie van de eerste tandarts-parodontologen

1988

Back to the Roots

1987

Reglementen TP en CP

1986

50 jaar: lustrumjaar vol activiteiten

Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...

1976 - 1985

Intensivering van de rol van de NVvP naar beroepsgroep, samenleving en onderzoek

Naast het organiseren van wetenschappelijke programma’s wordt het tijd om de aandacht meer richting de maatschappij te verleggen. Dat heeft op diverse fronten een aanzienlijke vernieuwing tot gevolg. Ondertussen neemt het ledenaantal een flinke vlucht: van 369 naar 1405 leden (waarvan 310 buitengewone leden, waaronder 194 mondhygiënisten) in 1985.

 

In deze periode neemt de groei van de vereniging een grote vlucht in 1985. De NVvP slaat een meer maatschappelijke koers in en het jaarvoorzitterschap verdwijnt. Vanaf 1976 verschijnt de naam Dutch Society of Periodontology op de kaft van het tijdschrift Journal of Clinical Periodontology. Omdat de NVvP nu een collectief abonnement heeft op dit tijdschrift wordt de contributie verhoogd naar 60 gulden per jaar.

Voor de vereniging is 1976 een belangrijk jaar: het 40-jarig bestaan wordt in het hoofdgebouw van de VU in Amsterdam gevierd met een groot en druk bezocht internationaal congres, met een keur van prominente sprekers uit binnen- en buitenland. Congresvoorzitter Dick Veldkamp krijgt bij dat congres een voorzittershamer overhandigd door zijn dochter Ingrid Veldkamp, die op dat moment voorzitter van de NVM is. Tevens wordt Jens Waerhaug (University of Oslo) tot Erelid benoemd. In het NTvT van december 1976 wordt van dit congres een uitgebreid verslag gedaan.

In 1977 treedt Dick Veldkamp uit het bestuur. Hij maakte van 1948 tot 1952 en vanaf 1966 tot 1977 deel uit van het bestuur, o.a. als voorzitter. In het daaropvolgende jaar wordt hij voor zijn inspanningen beloond met het erelidmaatschap. Inmiddels is Ubele van der Velden in 1975 tot het bestuur toegetreden. Omdat de NVvP zich steeds meer op internationale contacten gaat richten, krijgt hij – in het uitgebreidere bestuur – al snel de functie assessor buitenland. In deze periode wordt er ook naar gestreefd om twee maal per jaar een wetenschappelijke bijeenkomst te organiseren.

In deze periode gaat het bestuur, met name op initiatief van Jos van den Heuvel, nadenken over een meer maatschappelijke koers, waarin naast het organiseren van wetenschappelijke programma’s ook aandacht komt voor betere parodontale gezondheidszorg, na- en bijscholing, profilering van het vakgebied e.d.. In 1979 wordt daartoe een beleidsplan aangenomen waarin de nieuwe koers van de vereniging verder is uitgewerkt. Één van de consequenties is dat er een einde komt aan het jaarvoorzitterschap. Het voordeel van het jaarvoorzitterschap, ingesteld in 1961, was de grote aandacht voor wetenschappelijke programma’s waarin de NVvP zich naar de beroepsgroep heeft geprofileerd. Maar door de voortdurende wisseling van voorzitters is het maken en uitvoeren van een lange termijnbeleid lastig.

De nieuwe koers is al meteen in 1979 zichtbaar door het symposium ‘Fundamentheel’. Tijdens dit symposium wordt aan de hand van het zogenaamde ‘Roodboek Parodontologie’ (samenstellers: Jos van den Heuvel en Rob Schaub) geprobeerd een antwoord te formuleren op de vraag ‘Parodontologie in Nederland, wat nu?’. Voor deelname aan het symposium, een voor de vereniging unieke vorm van vergaderen, worden ook vertegenwoordigers van de NMT, de NVM en de opleidingen Tandheelkunde alsmede de rijksoverheid en zorgverzekeraars uitgenodigd.

In 1980 worden de nieuwe statuten en huishoudelijk reglement van kracht. Het nieuwe bestuur wordt verkleind tot 5 leden, bestaande uit de oud-bestuursleden Jos van den Heuvel, Hans Rodenburg en Ubele van der Velden, aangevuld met Ronnie Goené en Jan Tromp. Ubele van der Velden neemt de taak van Associate editor van de Journal of Clinical Periodontology over van Taco Pilot.

Deze huishoudelijke vergadering vindt plaats in Vejle (Denemarken), waar de eerste North Sea Conference (NSC) wordt georganiseerd: een gezamenlijk congres van de Scandinavische, Britse en Nederlandse Verenigingen voor Parodontologie. De achtergrond hiervan is om een poging te doen om in de toekomst weer te komen tot een Europese organisatie op het gebied van de parodontologie. Gedachtig de gebeurtenissen die een rol speelden bij de opheffen van de Arpa-Int., met name het verschil in wetenschappelijke inzichten, was gekozen om eerst een congres te organiseren met de verenigingen waarmee de NVvP nauwe vertrouwde banden had opgebouwd. Het congres is een dermate groot succes, dat besloten wordt om na 5 jaar, in 1985 in Engeland, een tweede North Sea Conference te organiseren.

De nieuwe koers van de vereniging leidt o.a. tot de oprichting van commissies, te beginnen met de commissies ‘Externe betrekkingen’ en ‘Voorlichting en Nascholing’. In de daaropvolgende jaren zijn de resultaten daarvan te zien: er komen folders en voorlichtingsacties; er wordt energie gestoken in de ontwikkeling van Postacademisch onderwijs; de vereniging wordt betrokken bij de samenstelling van Verrichtingenlijsten die van belang zijn om behandelingen te kunnen declareren. Ook is de NVvP aanwezig bij een hoorzitting van de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, waar de nota ‘tandheelkundige voorzieningen, een voorstel voor de toekomst van de organisatie van de tandheelkundige zorg in Nederland’ wordt besproken vóórdat het parlement daarover een standpunt zal innemen.

De najaarsvergadering van 1980 heeft als thema ‘Nascholing (specialisatie?) in de Parodontologie’. Dit congres resulteert in een opdracht aan het bestuur om te werken aan uitgebreide en georganiseerde nascholing in de Parodontologie, met het oog op de beschikbaarheid van voldoende deskundigheid om ernstige parodontale problemen het hoofd te bieden in het hele land. Hiermee wordt de basis gelegd voor een ontwikkeling, die uiteindelijk in 1987 zal leiden tot de instelling van de Tandarts-Parodontoloog. In 1982 wordt een ‘profielschets van de parodontoloog’ aangenomen. Extra algemene ledenvergaderingen in 1983, 1984 en 1985 gaan over de eindtermen, de herkenning en erkenning. Er komt een voorbereidingscommissie (1984) die criteria voor erkenning maakt en een instelling van een Consilium Parodontogicum voorbereidt. Die tussentijdse criteria voor erkenning van de bijzondere deskundigheid zijn nodig zolang er nog geen gestructureerde opleiding tot Parodontoloog is. In 1985 wordt een verdere marsroute vastgesteld en vindt overleg met de NMT plaats. Erelid Leo van Schijndel schrijft als hoofdredacteur NTvT op eigen initiatief een positief getint Redactioneel, dat de bedoelingen van de NVvP toelicht. Een rondschrijven onder de leden levert veel belangstelling op.

Het 45-jarig bestaan van de vereniging wordt in 1981 gevierd met een congres en aansluitend een ééndaagse cursus van Professor Roy Page (University of Washington, Seattle, USA). In het NTvT wordt hiervan verslag gedaan. In datzelfde jaar wordt, in bijzijn van een bestuursdelegatie van de NVvP, de Belgische Vereniging voor Parodontologie opgericht. In de voorafgaande jaren werden veel Belgische collega’s, bij ontbreken van een vereniging in eigen land, lid van de NVvP.

Om de vereniging sterker te maken, wordt een ledenwervingsactie gestart. In 1981 begint dit zijn vruchten af te werpen, met een toename van ongeveer 300 leden. In 1982 wordt reeds het duizendste lid verwelkomd.

De tweede North Sea Conference vindt in 1985 plaats in Cambridge. Het is een zeer geslaagd groot internationaal congres; ongeveer 100 Nederlandse deelnemers maken de oversteek via een door de VvAA georganiseerde groepsreis.

In datzelfde jaar verschijnt de Nederlandse vertaling van het handboek ‘Parodontologie’ van Jan Lindhe. Het boek is op initiatief van de NVvP, en onder redactie van Hans Rodenburg en Ubele van der Velden, vertaald. Aan het einde van het jaar is de gehele eerste druk van 3000 exemplaren verkocht en is een herdruk noodzakelijk. Ook de folder ‘Mondhygiëne, waarom en hoe’ ziet in begin 1985 het daglicht; binnen korte tijd worden 150.000 (!) exemplaren besteld.

De groeiende vereniging en de toename van activiteiten vragen ook om een professionalisering van het secretariaat. Was het tot dan toe het gebruik dat de secretaris zelf de notulen verzorgde, de correspondentie deed, vanuit eigen huis of praktijk alle administratie deed en de mailings naar de leden verzorgde, vanaf voorjaar 1985 komt er ondersteuning in de vorm van een professioneel secretariaat. Dit secretariaat komt in handen van Ali Woltman-Klinkers, die vanuit Muntendam voor de NVvP het secretariaat verzorgt. Zij zal dit jarenlang (tot 1 januari 2009) doen. Veel leden hadden niet in de gaten dat het secretariaat in het oosten van de provincie Groningen was gesitueerd. In die tijd, met de fax als het hoogste niveau van communicatie, was dat zeker bijzonder.

In deze periode overlijdt in 1980 Erelid Jens Waerhaug, op 73-jarige leeftijd.

 

1985

Handboek ‘Parodontologie’

1984
1984

Ruim 1300 leden

1983
1983

Consensus over eindtermen profielschets

1982

Profielschets van de parodontoloog

1981
1981

Het 9e Lustrum

1980
1980

1e North Sea Conference

1979

Roodboek Parodontologie

1978
1978

Dick Veldkamp erelid

1977
1977

100 jaar tandheelkunde

1976

De NVvP bestaat 40 jaar

Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...

1966 - 1975

Afscheid ARPA-Int. en dus nieuwe verenigingsnaam

Na het opheffen van de ARPA-Int. in 1971 rijst de vraag: hoe nu verder? Dat resulteert in een nieuwe verenigingsnaam en toenemende internationale contacten. Deze ontwikkelingen sluiten goed aan op de vernieuwingsdrang van de vereniging: de reglementen rondom het jaarvoorzitterschap en de bestuurssamenstelling waren al aangepast. Wijziging van de statuten in 1974 maakt het eveneens mogelijk dat de mondhygiënist buitengewoon lid mag worden. Het ledenaantal vaart er wel bij: de vereniging groeit verder van 190 naar 369 leden (waarvan 17 mondhygiënisten). Na het opheffen van de ARPA-Int. ontstaan er nieuwe internationale contacten.

Dit tijdvak begint met een voorstel tot aanpassing van het jaarvoorzitterschap. In plaats van direct tot voorzitter te worden benoemd en daarna tot vice-voorzitter wordt dit nu omgedraaid. De toekomstige voorzitter wordt in het jaar voorafgaande aan het voorzitterschap eerst benoemd tot vice-voorzitter. Hierdoor kan hij als bestuurslid zijn wetenschappelijk programma voor het komende jaar voorbereiden. Na zijn aftreden als voorzitter blijft hij nog een jaar in het bestuur als assessor. Op de ledenvergadering in 1967 worden de nieuwe statuten en huishoudelijk reglement goedgekeurd, als gevolg hiervan wordt de bestuurssamenstelling uitgebreid tot 6 leden.  Dit systeem van jaarvoorzitters blijft tot 1980 gehandhaafd.

Tijdens de vergadering in 1967 wordt Leo Coppes benoemd tot Erelid van de vereniging, als blijk van waardering voor zijn verdienste voor de parodontologie in Nederland en de Nederlandse ARPA in het bijzonder. In datzelfde jaar wordt Leo Coppes benoemd tot lector in de Parodontologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Het wisselend jaarvoorzitterschap lijkt zijn vruchten af te werpen: het ledental stijgt gestaag. De grens van 200 leden wordt in 1967 gepasseerd en in 1971 zijn het er al meer dan 300. De programma’s zijn divers, waarbij de jaarvoorzitter een grote invloed heeft op het karakter en het onderwerp van het wetenschappelijk programma. Uiteraard worden de jaarvoorzitters juist gevraagd vanwege hun specifieke achtergrond, kennis en contacten om een bepaald onderwerp van verschillende kanten te belichten.

Het gaat niet goed met de ARPA-Int. De organisatie is in wetenschappelijk opzicht hopeloos achter gebleven. De Zwitser Hans Mühlemann (Zürich) probeert een vernieuwde organisatie te creëren. Dat lijkt niet te lukken waardoor de Scandinavische en Angelsaksische landen geen verdere samenwerking meer wilden. Daarnaast was het de Zwitser Hans Mühlemann (Zürich) niet gelukt om een vernieuwde organisatie te creëren. De opheffing van de ARPA-Int. had automatisch tot gevolg dat de naam Nederlandse ARPA moest verdwijnen. Deze wordt in 1971 vervangen door de nieuwe naam ‘Nederlandse Vereniging voor Parodontologie’.

Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot het leggen van andere internationale contacten. In 1971 wordt – samen met de BSP – een tweedaags congres georganiseerd in Londen. Dit is tevens de viering van het 7e lustrum. van de NVvP. De ledenvergadering vindt daar eveneens plaats, de eerste keer dat dit in het buitenland gebeurt (later gebeurt dat vaker: bv. bij de Eerste North Sea Conference in Vejle (DK) en bij de eerste EuroPerio in Disneyland Parijs). Daarnaast worden er relaties aangegaan met de in 1971 eveneens omgedoopte Deutsche Geselschaft für Parodontologie en de in 1972 opgerichte Scandinavian Society of Periodontology.

Leo van Schijndel beëindigt in 1972 een bestuursperiode van 20 (!) jaar, waarvoor hij in 1973 het erelidmaatschap krijgt. Op dat moment krijgt hij een legpenning met het door de heer J. Noyens ontworpen nieuwe logo van de vereniging. Namens de oud-voorzitters biedt Leo Coppes het bestuur een cordon aan: een voorzitterslint met het nieuwe logo van de vereniging, waarop alle namen van de voorzitters van de NVvP staan vermeld.

In 1973 wordt de Journal of Clinical Periodontogy opgericht. een belangrijk initiatief van de Britse, Duitse, Franse, Scandinavische en Zwitserse verenigingen voor parodontologie die daarmee hun wetenschappelijk tijdschrift lanceren. De eerste editie verschijnt in 1974, aanvankelijk in een frequentie van 4 edities per jaar. Hans Mühlemann (Zürich) is de eerste editor. In 1975 wordt besloten dat de NVvP zich zal aansluiten bij de uitgave van dit wetenschappelijke tijdschrift. Volgens een toelichting van het bestuur moet dit gezien worden als een streven naar nauwere Europese samenwerking na de opheffing van de ARPA-Int. Taco Pilot wordt namens de NVvP de eerste associate editor, met deze nieuwe functie wordt het bestuur uitgebreid naar 7 leden. Vanaf 1976 verschijnt de naam Dutch Society of Periodontology of de kaft van het tijdschrift.

Een andere belangrijke ontwikkeling is de oprichting van de Nederlandse Vereniging voor Mondhygiënisten (NVM) in 1967. Tijdens de rondvraag van de 37ste algemene ledenvergadering van de NVvP in 1973 wordt door Taco Pilot gesteld dat het wenselijk zou zijn om de mondhygiënisten permanent uit te nodigen voor de vergaderingen. Tijdens de hierop volgende discussie blijkt dat iedereen het idee steunt om de mondhygiënisten zo veel mogelijk bij de activiteiten van de vereniging te betrekken, er bestaat echter geen eensluidend oordeel over de manier waarop dit moet gebeuren. Moeten zij gewoon- of buitengewoon lid zijn of moet het uitnodigen per vergadering worden beoordeeld? Er wordt besloten dat het bestuur in de volgende algemene ledenvergadering hierover een voorstel zal doen. Dit resulteert er uiteindelijk in dat bij koninklijk besluit van 19 november 1974 de gewijzigde statuten van de vereniging zijn goedgekeurd. Deze hebben als toevoeging van artikel 5: ‘als buitengewoon lid kunnen worden eveneens worden toegelaten, zij die aan een Nederlandse instelling of een daarmee gelijkwaardig te achten buitenlandse instelling het diploma van mondhygiënist hebben behaald.’ Deze laatste toevoeging is nodig omdat in eerste instantie de mondhygiënisten in het buitenland waren opgeleid.
Eveneens in 1974 wordt de ‘Stichting Lustrum Congres’ opgericht; de aanzet tot de viering van het 40-jarig bestaan van de vereniging in 1976.

Oud-voorzitter en Erelid Michaëlis overlijdt in het vierde lustrumjaar (1966) op 82-jarige leeftijd. In1973 overlijdt Duyvensz op 92-jarige leeftijd, de eerste voorzitter en medeoprichter van de vereniging. In het Nederlands tijdschrift voor Tandheelkunde wordt een uitgebreid ‘In Memoriam’ gepubliceerd over deze veelzijdige persoon, die veel voor onze vereniging, maar ook voor vele andere verenigingen en instanties in de tandheelkunde heeft betekend.

 

1975
1975

Aansluiting bij de Journal

1974
1974

Mondhygiënist als buitengewoon lid

1973

Nieuw logo

1972
1972

Nieuwe naam: Nederlandse Vereniging voor Parodontologie

1971
1971

Zevende lustrum in Londen, opheffing van de ARPA-Int

1970
1970

Onrust in de ARPA-Int.

1969
1969

Marten Hut erelid ARPA-Int.

1968
1968

Lector Parodontologie

1967
1967

De meerwaarde van wisselende voorzitters

1966
1966

Aanpassing jaarvoorzitterschap

Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...

1956 - 1965

Groeiende belangstelling voor de Parodontologie

Hoewel het er aanvankelijk niet op lijkt, groeit de vereniging in deze periode uiteindelijk van 58 naar 190 leden; een duidelijk teken van een toenemende belangstelling voor de parodontologie. In 1960 komt Leo Coppes met een voorstel om de organisatie van de vereniging structureel te veranderen.

In 1956, het jaar van het twintigjarig bestaan, is er geen jaarvergadering. Wel wordt in dat jaar in samenwerking met de WTA een cursus georganiseerd, verzorgd door Jens Waerhaug uit Oslo met als titel ‘The Gingival Pocket’. Dit was ook de titel van zijn proefschrift uit 1952, met als ondertitel ‘Anatomy, Pathology, Deepening and Elimination’, een standaardwerk. Daarna gebeurt er de eerste jaren van deze periode niet zoveel, het ledental stabiliseert op ongeveer 60 en er worden jaarlijks ledenvergaderingen georganiseerd. In september 1957 wordt het 25-jarig bestaan van de ARPA-Int. bijgewoond door Marten Hut en in 1959 verzorgt Leo Coppes een voordracht op het ARPA-Int. congres. In 1964 zijn Leo Coppes en Dick Veldkamp sprekers op het congres in Athene van de ARPA-Int.

Tot 1960 worden de meeste voordrachten tijdens de ledenvergaderingen verzorgd door Nederlandse sprekers, ook de samenstelling van het bestuur is in de voorgaande 10 jaar nauwelijks veranderd. Om deze impasse te doorbreken, komt Leo Coppes in 1960 met een voorstel om de organisatie van de vereniging structureel te veranderen. Jaarlijks zou iemand belast moeten worden met de organisatie van een (wetenschappelijke) activiteit voor de vereniging. Dit systeem bestond al in het buitenland, bv. bij de British Society of Periodontology (BSP). Deze discussie leidt in 1961 (het vijfde lustrumjaar) tot een nieuwe bestuursvorm: ieder jaar wordt een nieuwe voorzitter gekozen, die verantwoordelijk is voor het wetenschappelijke programma van het daaropvolgende jaar. De voorzitter wordt, na aftreden, in het daaropvolgende jaar vice-voorzitter. Met deze nieuwe organisatie komt een einde aan het langdurige voorzitterschap van Marten Hut en ook aan een periode met maar weinig verschillende voorzitters. In de eerste 25 jaar van de vereniging waren er maar drie verschillende voorzitters. Hierbij nam de periode van Duyvensz 14 jaar in beslag, van Michaëlis 3 jaar en van Marten Hut 9 jaar. Als dank voor zijn jarenlang voorzitterschap wordt Marten Hut in 1964 tot Erelid benoemd. Tevens wordt hij in 1969 Erelid van de ARPA-Int.

Vanaf 1961 komt het accent meer te liggen op de kwaliteit van de wetenschappelijke programma’s, met ook meer inbreng van sprekers uit het buitenland. Meteen al in 1961 wordt, samen met – alweer – de WTA, een driedaagse cursus georganiseerd waar Jens Waerhaug de voordrachten verzorgt en de leiding heeft bij een praktisch deel. In 1962 organiseert Leo Coppes via contacten met de in 1949 opgerichte BSP een wetenschappelijke bijeenkomst met vier sprekers uit Engeland. In 1963 slaagt Dick Veldkamp erin om Arthur-Jean Held (Genève), de president van de ARPA-Int., naar Nederland te halen. Het ledenaantal verdubbelt meteen naar 155 leden. In 1964 wordt in Haarlem met de BSP een gezamenlijk congres georganiseerd, met sprekers uit beide landen; dit trekt meer dan honderd deelnemers, waarvan 28 uit Engeland. Dit succes was het resultaat van de contacten die Dick Veldkamp en Leo Coppes met de BSP hadden opgebouwd.

Het nieuwe systeem van jaarvoorzitters zorgt voor frequente wisselingen in voorzitters en vicevoorzitters. Daarnaast blijven de functies van secretaris en penningmeester vaak bij dezelfde personen (Dick Veldkamp, Leo van Schijndel); je zou kunnen zeggen dat dit de vaste kern was die voor de continuïteit van de vereniging zorgde, en die mede het succes van deze bestuursvorm bepaalde.

In deze decade overlijdt, op 23 december 1960, Jaccard, de medeoprichter van de ARPA-Int. Marten Hut schrijft in het NTvT (Ned Tijdschr Tandheelkd 1961; 68: 163-164) een kort in memoriam.

 

1965
1965

Vaste kern

1964
1964

Congres met BSP

1963
1963

Ledenaantal verdubbelt

1962
1962

Sprekers uit Engeland

1961
1961

Nieuwe bestuursvorm

1960
1960

Voorstel met gevolgen

1959
1959

Voordracht Leo Coppes

1958
1958

Verzuchting…

1957
1957

ARPA-Int. bestaat 25 jaar

1956
1956

The Gingival Pocket

Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...

1946 - 1955

Na de oorlog – de opbouw

Vanaf 1946 kan er aan opbouw worden gedacht. In deze periode begint de vereniging te groeien, maar de belangstelling van studenten voor parodontologie blijft gering. Naast aandacht voor de eigen leden zijn er internationale contacten, vooral via de ARPA-Int.. Het ledenaantal, tot dan toe beneden de 20, groeit geleidelijk naar 58 leden in 1955.

De eerste bestuursvergadering na de oorlog vindt plaats op 14 juni 1946 ten huize van de vicevoorzitter Hendrik Michaëlis. In dat zelfde jaar wordt op 21 september, in aanwezigheid van 12 aanwezigen, de eerste ledenvergadering na de oorlog gehouden (in feite het tweede lustrum van de vereniging). In dit eerste naoorlogse jaar is er nog geen penningmeester maar in 1947 wordt in deze vacature voorzien met de herbenoeming van K. Groustra, die deze functie tot 1956 zal blijven vervullen. Na vanaf 1936 onafgebroken voorzitter te zijn geweest wisselt Frans Duyvensz zijn functie met vicevoorzitter Hendrik Michaëlis. Echter, in 1948 komt Duyvensz opnieuw terug als voorzitter, om die rol vervolgens nog vier jaar te vervullen. In de 14e ledenvergadering op 25 februari 1950 wordt Frans Duyvensz tot Erelid benoemd als waardering voor het vele werk dat hij voor de Nederlandse ARPA en de parodontologie heeft verricht. Duyvensz beëindigt zijn bestuurslidmaatschap in 1952; hij heeft vanaf de oprichting onafgebroken deel uitgemaakt van het bestuur. Ook Hendrik Michaëlis is niet herkiesbaar; hij wordt het tweede Erelid van de vereniging. De nieuwe voorzitter,  de opvolger van Frans Duyvensz, wordt Marten Hut, die dat tot 1960 zal blijven. Nieuwe personen treden in deze periode toe: in 1948 Dick Veldkamp, die in 1952 moet afzien van herverkiezing i.v.m. zijn benoeming tot hoogleraar in Bagdad. In 1950 wordt Leo Coppes bestuurslid beginnend aan een twaalfjarig bestuurslidmaatschap. In 1952 is Leo van Schijndel een nieuwe naam in het bestuur; ook hij begint aan een lange bestuursperiode; pas in 1971 zal hij uittreden.

In de jaren 1946 – 1955 houdt de vereniging trouw de jaarlijkse ledenvergaderingen, soms zelf tweejaarlijks. De meeste lezingen worden door Nederlandse sprekers verzorgd. Een voor geheel tandheelkundig Nederland belangrijke gebeurtenis is de ‘Ivory Cross Expedition’. Dit grote tandheelkundige congres vindt van 15 juli tot 10 augustus 1946 plaats en wordt belangeloos gegeven door Amerikaanse tandartsen, die de Nederlandse collega’s bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen. In een latere editie van deze cursus in 1948 worden ook de orthodontie en de parodontologie uitvoerig belicht door respectievelijk G. Moore en  H. Goldman. Daarnaast wordt in 1948, samen met de Vereeniging van Nederlandsche Tandartsen en de WTA, een aantal cursussen georganiseerd met internationale sprekers.

In deze periode is ook de ARPA-Int. belangrijk. Nederland wordt gevraagd om in 1949 het XIe ARPA-Int. congres te organiseren. Dit vindt van 29 juni tot 2 juli in Groningen plaats. Dankzij een voortreffelijke samenwerking tussen de WTA, de Nederlandse ARPA en de ARPA-Int. in het voorbereidingscomité – en de uitstekende lokale voorbereiding door Maarten Hut en Frits Tempel – is het congres zeer geslaagd. Wel moet worden vermeld dat de voorbereidingen niet helemaal zonder problemen waren gelopen, omdat in het jaar voorafgaande aan het congres grote verschillen van meningen bestonden binnen het ARPA-Int. bestuur. Deze verschillen waren zo groot, dat diverse bestuursleden hun functie ter beschikking stelden. In dit kader moet waarschijnlijk ook de vervroegde terugtrekking van Hendrik Michaëlis als voorzitter worden gezien. Het conflict betrof waarschijnlijk het wel of niet toelaten van de nog opnieuw op te richten Duitse ARPA. Uiteindelijk wordt de in 1949 heropgerichte Duitse ARPA in 1950 toegelaten tot de ARPA-Int.. Overigens zijn er op het congres in Groningen wel een paar Duitse vertegenwoordigers op persoonlijke titel aanwezig, zoals de door René Jaccard uitgenodigde Herbert Siegmund uit Műnster. Een gevolg van het congres is wel dat de contributie tijdelijk moet worden verhoogd van fl. 5 naar fl. 15. De contacten met de ARPA-Int. worden verder onderhouden door het bezoek aan de internationale tweejaarlijkse Congressen. Dat was in 1947 nog onmogelijk door de deviezennood vlak na de oorlog.

In deze begintijd is de geringe belangstelling van studenten voor parodontologie al een actueel onderwerp. In 1946 wordt via de onderwijscommissie van de NMT (Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde) aangedrongen op de verheffing van de paradentosebehandeling tot examenvak. Ook is vermeldingswaardig dat er reeds in die jaren (in 1951) gedacht wordt aan het opstellen van een lijst met namen van collegae die door algemeen practici geconsulteerd zouden kunnen worden over gevallen van paradentose. Vele jaren later, vanaf 1980, komt dit idee terug bij de discussies die uiteindelijk zullen leiden tot de erkenning van de Tandarts-Parodontoloog.

In 1955 wordt besloten om deel te nemen aan een Fonds van de ARPA-Int. waardoor de Prix Jaccard mogelijk wordt gemaakt. Deze prijs wordt later, na de opheffing van de ARPA-Int., bij de European Federation of Periodontology (EFP) in ere hersteld.

 

1955
1955

Prix Jaccard

1954
1954

Geen vergaderingen

1953
1953

ARPA-Int. in Genève

1952
1952

Bestuurswisselingen

1951
1951

Wie te consulteren?!

1950
1950

Erelid Frans Duyvensz

1949
1949

Nederland organiseert het XIe ARPA-Int. congres

1948
1948

Meningsverschillen

1947
1947

Welkom penningmeester

1946
1946

Eerste vergaderingen na de oorlog

Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...

1936 - 1945

De beginjaren – oprichting en oorlogsperiode

Op zaterdagavond 16 mei 1936 verzamelen twaalf mensen zich in Amsterdam voor de oprichting van de Nederlandse afdeling van ARPA-Int.. Daarmee is Nederland het 25e land dat zich bij deze organisatie aansluit. De eerste stappen op weg naar een NVvP zijn gezet, maar de Tweede Wereldoorlog staat voor de deur.…

Op 16 mei 1936 vindt in Hotel Americain te Amsterdam de oprichtingsvergadering plaats van de Nederlandse afdeling van de ARPA-Int. In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde wordt daarvan, onder de kop ‘Onderzoek naar Paradentose’, melding gemaakt in de rubriek binnenland, tussen de meldingen van rattenverdelging in Amsterdam en bestrijding van de Kwakzalverij (NTVG 1936;80:2517-2518). Er zijn 12 mensen die zich hebben aangemeld voor het lidmaatschap. De bijeenkomst wordt bijgewoond door vertegenwoordigers van het Nederlandsch Tandheelkundig Genootschap, de Vereeniging van Nederlandsche Tandartsen en de commissie Wetenschappelijke Tandheelkundige Arbeid (WTA), de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde, de Vereeniging Tijdschrift voor Tandheelkunde, het Ivoren Kruis en de Vereeniging voor Sociale Tandheelkunde. Nederland is het 25ste land dat zich bij de ARPA-Int. aansluit. Duyvensz en Sanders, de organisatoren van de oproep in het Tijdschrift voor Tandheelkunde, worden respectievelijk gekozen als voorzitter en 1ste secretaris. Verder wordt J.R. Jansma als vicevoorzitter gekozen en de Jonge-Cohen als 2e secretaris. Huidarts N.C. van Vonno wordt als penningmeester gekozen, ook om de relatie met de geneeskunde te benadrukken. De contributie wordt vastgesteld op fl. 2,50 per jaar. Besloten wordt om één maal per jaar een vergadering te beleggen.

In de eerste jaren wordt er inderdaad jaarlijks een ledenvergadering gehouden, met wetenschappelijke voordrachten, vaak verzorgd door (bestuurs)leden. Het ledental stijgt niet of nauwelijks, van 12 bij de oprichting naar 17 in 1945.

De Tweede Wereldoorlog heeft ook voor de jonge vereniging grote gevolgen. Nadat Sanders in 1939 al wegens zijn ‘erfelijke belasting’ heeft moeten bedanken als 1ste secretaris kiest hij tijdens de Duitse inval samen met zijn gezin een zelfgekozen dood. De jaarvergadering van 1940, die aanvankelijk in het voorjaar zou worden gehouden vindt pas in het najaar plaats. Één van de leden, J.S. Bruske, komt na de oorlog niet terug uit een concentratiekamp. De 2e secretaris, de Jonge-Cohen, wordt vanaf 1940 zonder de toevoeging Cohen vermeld. Secretaris P.M.A. Huurman, de opvolger van Sanders, wordt in 1945 na de bevrijding geïnterneerd. Daarbij gaan het notulenboek en het archief van de vereniging verloren.

Ondanks de oorlogsperikelen worden er wel jaarlijks vergaderingen gehouden. Men houdt zich bezig met een ‘Indeeling der Paradontopathieën’ en er wordt, in navolging van andere landen, een Nederlandse Paradentosestatus gepresenteerd. Deze is voor niet-leden voor fl. 0,50 te verkrijgen. Alleen in 1945 wordt er geen vergadering georganiseerd.

1945
1945

Persoonlijk leed

1944
1944

Het vraagstuk der tandmiddelen

1943
1943

Nederlandse ‘Paradentosestatus’

1942
1942

Aanzet Paradentose-status

1941
1941

Indeeling der Paradontopathieën

1940
1940

Begin van de oorlog

1939
1939

De oorlog werpt zijn schaduw vooruit

1938
1938

Grote opkomst op ALV

1937
1937

2e Algemene Ledenvergadering

1936

De oprichtingsvergadering

Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...
Gegevens ophalen...

Proloog

Wat er aan vooraf ging...

Al in de oudheid en de vele eeuwen daarna is er aandacht geweest voor parodontale aandoeningen. Echter, pas in het begin van de 20ste eeuw resulteert een steeds groter wordende interesse voor de parodontologie in het creëren van platforms om de vorderingen in de parodontologie te bediscussiëren.

Zo wordt in 1914 in de USA de ‘American Academy of Periodontology’ (AAP) opgericht. Ook in Europa groeit de interesse in parodontologie. In 1923 ziet de Deutsche Gesellschaft für dentale Anatomie und Pathologie het daglicht, met als doel de wetenschap op dit gebied te bevorderen. Na het openstellen van deze vereniging voor tandartsen uit de praktijk blijkt echter al snel dat het wetenschappelijke karakter van de vereniging verwatert. Als gevolg hiervan wordt in 1925 de ARbeitsgemeinschaft für PAradentosen-Forschung (ARPA) opgericht, met als specifiek doel het bevorderen van de wetenschap op het gebied van de parodontologie.

In Nederland wordt, op initiatief van de Vereeniging van Nederlandse Tandartsen, in 1928 een commissie samengesteld ‘tot onderzoek van de aandoeningen van het paradentium’. Op een vergadering van deze vereniging in 1930 doet dr. H. de Groot – lector aan de Rijksuniversiteit Utrecht met als opdracht ‘het geven van onderwijs in de mondheelkundige diagnostiek en kaakchirurgie’ – verslag van de werkzaamheden van deze commissie. In datzelfde jaar stuurt dr. Oskar Weski (Berlijn) een verzoek om in Nederland een ‘Zentralstelle’ voor paradentose in te stellen, gerelateerd aan de Duitse ARPA. Omdat de commissie verwacht dat de studie onder auspiciën van de Vereniging van Tandartsen meer kans op succes heeft, wordt aan dat verzoek niet voldaan.

Met de oprichting van de Association pour les Recherches sur le Paradentose Internationale (ARPA Internationale) in 1932 komt verdere Europese samenwerking op het gebied van de parodontologie tot stand. In eerste instantie is dit een samenwerkingsverband van de initiërende Duitse, Franse en Zwitserse ARPA’s, waarvan het secretariaat gevestigd wordt in Geneve. Deze organisatie dringt in een brief van prof. Otto Loos (Frankfurt) bij P.J.J. Coebergh aan op het formeren van een Nederlandse divisie van de ARPA internationale. Door gebrek aan tijd speelt Coebergh dit verzoek via S.F. Göttlich en dr. Th.E. de Jonge Cohen door aan dr. E. Sanders.

In 1935 volgt na herhaald aandringen van René Jaccard, voorzitter van de ARPA internationale, een uitvoerige correspondentie. Dit leidt in januari 1936 tot een oproep van Frans Duyvensz en E. Sanders in het Tijdschrift voor Tandheelkunde om te komen tot de vorming van een Nederlandse afdeling van de ARPA internationale.

Op zaterdagavond 16 mei 1936 verzamelen twaalf mensen zich in Hotel Americain te Amsterdam voor de oprichting van de Nederlandse afdeling van ARPA-Int.. Daarmee is Nederland het 25e land dat zich bij deze organisatie aansluit. De eerste stappen op weg naar een NVvP zijn gezet.